A. Vragen over de achtergrond van de veranderingen bij pensioenfonds MN

1. Wat is er bij pensioenfonds MN veranderd op 1 januari 2022?

Per 1 januari 2022 is de pensioenopbouw voor de werknemers van MN en Vakraad bij pensioenfonds MN gestopt. Per die datum is de pensioenopbouw voor de actieve deelnemers overgegaan naar PMT.

 

De opgebouwde pensioenen (van actieven, slapers en pensioengerechtigden) worden wel nog beheerd door pensioenfonds MN. Het is de bedoeling dat deze opgebouwde rechten en de pensioenuitkeringen in de loop van 2022 bij PMT worden ondergebracht.

 

NB. Er zijn ook nog andere pensioenuitvoerders in beeld. Het bestuur moet nog besluiten welke oplossing het meest evenwichtig en verantwoord is.

 

2. Waarom is niet gewacht tot de uitwerking van het Pensioenakkoord?

De komst van het pensioenakkoord was voor het fonds een van de redenen om een marktverkenning te doen en zo voor te sorteren op het Pensioenakkoord. De mate waarin andere uitvoerders bereid zijn om nu, of in de komende jaren de uitvoering over te nemen is een belangrijk gegeven geweest in dit traject.

 

3. Heeft de werkgever de uitvoeringsovereenkomst opgezegd?

Ja, de werkgever heeft per 31 december 2021 de uitvoeringsovereenkomst opgezegd en de nieuwe pensioenopbouw per 1 januari 2022 ondergebracht bij PMT. De werkgever en het bestuur hebben er bewust voor gekozen om gezamenlijk op te trekken in dit traject. Het is de wens om zowel de toekomstige opbouw voor werknemers als de opgebouwde aanspraken van deelnemers als de lopende pensioenen van de pensioengerechtigden bij één uitvoerder te hebben. Hierin wordt naar de meest verantwoorde en evenwichtige oplossing gekeken.

 

4. Wat zijn de huidige uitvoeringskosten; zijn die te hoog voor het fonds?

De uitvoeringskosten bedragen nu € 643 per deelnemer en zijn daarmee relatief hoog. Daarnaast zal het fonds - als het zou blijven bestaan - naar verwachting structureel te maken hebben met toenemende uitvoeringskosten per deelnemer.

 

5. Welke fondsen zijn er in het selectietraject allemaal betrokken?

Het bestuur heeft een aantal bedrijfstakpensioenfondsen en algemeen pensioenfondsen gevraagd om deel te nemen aan dit traject.

 

6. Hoe is het selectietraject aangepakt?

Een pensioencommissie is ingesteld om de verschillende pensioenuitvoerders te analyseren. Pensioenfonds MN, werkgever MN, het Verantwoordingsorgaan en de Ondernemingsraad zijn vertegenwoordigd in deze pensioencommissie. Zij werden ondersteund door een externe adviseur.

 

Deze analyse heeft geleid tot twee mogelijke alternatieve uitvoeringsvormen: uitvoering door een bedrijfstakpensioenfonds of door een algemeen pensioenfonds. Deze twee uitvoeringsvormen zijn ook meegenomen in de bijbehorende marktverkenning om meer zicht op de mogelijkheid te krijgen als alternatief voor het eigen fonds.

 

Zowel het aansluiten bij een BPF als het aansluiten bij een APF zijn als optie overwogen. Het resultaat van de RFP (longlist) heeft geleid tot een shortlist. Pensioenfonds MN heeft, net als de werkgever MN op basis van de uitkomsten een voorkeur binnen de shortlist uitgesproken.

 

7. Weet Pensioenfonds MN zeker dat er uitvraag gedaan is bij partijen die zelf wel toekomstbestendig zijn?

Toekomstbestendigheid van de uitvoerder was een belangrijke voorwaarde in dit traject en vragen over dit onderwerp zijn meegenomen in alle fases in het proces.

 

8. Wat vindt de toezichthouder hier allemaal van?

De toezichthouder (DNB) is en wordt nauwgezet op de hoogte gehouden van de afwegingen van het bestuur en de besluiten die daaruit volgen. Ook het traject van een marktverkenning is zorgvuldig afgestemd met de toezichthouder. Die laat zich niet uit over een inhoudelijk oordeel of advies maar toetst met name het proces en de (bestuurlijke) afstemming daarvan met alle stakeholders (als de werkgever en OR) en organen van het fonds. Uiteindelijk moet DNB ook een verklaring van geen bezwaar afgeven voordat Pensioenfonds MN haar aanspraken overdraagt naar een andere partij.